Het failliete museum?

Een jaar of zeven, acht geleden. Een auto hobbelt midden in de nacht over een zanderige vlakte op Java. De taaladviseur, zijn vrouw en een Amerikaanse kennis zijn op weg naar de vulkaan de Bromo om daar de zon te zien opgaan. Alle drie zijn ze geradbraakt, want de jeep is achterin veel te krap voor lange mensen zoals zij. “And on average, Dutch men are even longer”, laat de taaladviseur zich ontvallen. De Amerikaanse komt niet meer bij: “I don’t know if they’re longer, but they sure are taller than Belgians.”

De taaladviseur had kennisgemaakt met een stel valse vrienden. Denk nu niet dat ik onze Amerikaanse vriendin ineens niet meer leuk vond. Integendeel. Valse vrienden zijn woorden die in een andere taal ook bestaan, maar net iets anders betekenen. Soms leiden ze tot hilarische toestanden, soms tot echte misverstanden.

Zo vroeg een kijker zich onlangs af of het Metropolitan Museum of Art in New York zijn broek had gescheurd aan de grote Rubens-tentoonstelling die daar nu loopt. In het journaal hadden we Anne-Marie Logan de curator van het museum genoemd. Onze kijker – een vertaler – wist wel zeker dat een Engelse ‘curator’ wat anders is dan een Nederlandse ‘curator’. Een Nederlandse curator handelt faillissementen af. Een Engelse curator werkt in een museum. Wij noemen hem een conservator.

Ja, maar toch … Een Nederlandse curator is ook iemand die door de conservator ingehuurd wordt om tijdelijke tentoonstellingen te organiseren. Die betekenis van ‘curator’ staat nog niet in het woordenboek, maar komt wel in het hele taalgebied voor.

Hoe dan ook, al die mensen die gehoopt hadden dat ze voor een prikje een echte Rubens op de kop konden tikken, mogen het vergeten.