Oorzaak en gevolg

Taal blijft me verbazen. Als je ook wilt weten waar ik me nu weer over verwonder, dan moet je beslist verder lezen. Doordat ik de laatste tijd nogal wat schrijfcursus heb gegeven, heb ik iets bijzonders over bijzinnen ontdekt. Ik vraag me af, mijn beste lezers, of jullie het intussen ook al aangevoeld hebben.

Aanvoelen is het juiste woord, want het is zeker geen strikt grammaticale kwestie. Voelen jullie ook aan dat de zin met ‘doordat’ hierboven vreemd klinkt? In elk geval vreemder dan de zin met ‘als’ die er net voor staat? En toch hebben de twee zinnen precies dezelfde structuur: eerst komt de bijzin – het deel dat met ‘als’ en ‘doordat’ begint – en daarna de rest van de zin.

Met als-zinnen voorop hebben we kennelijk weinig problemen, maar het wordt wel moeilijker zodra een ander voegwoord voorop staat. Dat geldt zeker als je de zin alleen maar te horen krijgt en hem niet op het papier of scherm ziet staan. Als we zelf spreken, zetten we veel bijzinnen spontaan achteraan in de zin.

“Doordat het gisteren veel te hard regende, heb ik de auto niet kunnen wassen.” Hoor je het jezelf al zeggen tegen de buurman die intussen al lang weet dat je vrouw altijd de auto wast? Waarschijnlijk zul je eerder iets zeggen als: het regende gisteren veel te hard en daardoor heb ik de auto niet kunnen wassen. Of: ik heb gisteren de auto niet kunnen wassen, doordat het veel te hard regende. Oorzaak en gevolg kun je zonder enige moeite verwisselen. Maar beginnen met een bijzin doe je spontaan niet.

Denk daar eens aan als je een tekst schrijft die later voorgelezen moet worden. Je luisteraar zal blij zijn dat je het hem wat makkelijker maakt door de bijzin achteraan te zetten. Zoals in de vorige zin.