Beide(n)

Ach, die spelling. Vier weken heb ik vrijwel niets anders dan Chinese karakters gezien – jawel, de taaladviseur was met vakantie in China en hij heeft ervan genoten – en ik heb me meer dan eens afgevraagd hoe je in hemelsnaam al die combinaties van streepjes en haakjes uit elkaar kunt houden, laat staan hoe je ze kunt schrijven. Wat hebben wij het toch makkelijk met onze 26 letters. Dacht ik. Tot ik, nog maar net terug, ‘beide’ zag staan waar het ‘beiden’ had moeten zijn. Even uitleggen.

‘Beide’ krijgt alleen een extra n als je er uitsluitend naar mensen mee verwijst. Zo heb ik het geleerd, maar ik kan nu al verklappen dat niet iedereen het daarmee eens is. Volgens die regel zijn Tsintao en Liquan ‘beide’ een lekker maar wat slap Chinees biertje. Al zou ik eerder zeggen dat ze ‘allebei’ lekker waren. Dat klinkt gewoner.

Het bier mocht dan slap zijn, toch waren twee medereizigsters ‘beiden’ – ik zou niet durven beweren dat de twee dames geen mensen waren, dus ‘beiden’ – behoorlijk in de wind na een paar Tsintao’s. Al zou ik ook nu weer zeggen dat ze ‘allebei’ wat vrolijk waren.

Hachelijker werd het toen een andere medereizigster – ik was met vijf dames op stap – en haar jak ‘beide’ bijna in de rivier donderden. Hachelijker, omdat je volgens sommige naslagwerken in dit geval ‘beiden’ moet schrijven. Ik hou me aan de regel zoals ik hem geleerd heb en spel ‘beide’ omdat het niet uitsluitend om mensen gaat. Al zou ik ook nu weer eerder zeggen dat ze ‘allebei’ erg nat hadden kunnen worden.