Naar Estland willen wij vliegen

Naar Oostland willen wij rijden. Zo zongen ze het in de zeventiende eeuw. Oostland, dat zijn de Baltische landen aan de Oostzee: Letland, Litouwen en Estland. Laat dat nu het land zijn waar Sergio onze kleuren gaat verdedigen op het Eurovisiesongfestival.

Ik ben daar niet onverdeeld gelukkig mee. Moesten ze dat songfestival nu uitgerekend in Estland organiseren? Toegegeven, de traditie wil het zo dat het winnende land het songfestival organiseert. Maar Estland, dat is om problemen vragen. Taalproblemen.

Maandag is Sergio vertrokken naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Hoe spreek je dat uit? De inwoners van Estland zeggen ‘taljien’, met een extra lange l en n, en de klemtoon op de eerste lettergreep. Wij passen dat een beetje aan en zeggen ‘tallin’, ook met de klemtoon voorin. Exotischer dan dat hoeft het echt niet te klinken. In de spelling behouden we de dubbele n aan het eind.

Tallinn is de Estlandse hoofdstad. Maar het zou ook de Estse hoofdstad kunnen zijn. Het kan allebei. ‘Estlands’ komt het vaakst voor, maar ‘Ests’ is zeker niet fout. Als je het mij vraagt, heb je met ‘Estlands’ iets minder kans om over je tong te struikelen. Maar wie ben ik?

In Estland wonen, behalve een grote minderheid Russen, vooral Esten. Maar het zouden ook Estlanders kunnen zijn. Het kan allebei. Het gewone woord is ‘Est’, maar ‘Estlander’ is zeker niet fout. Een vrouw uit Estland kun je het beste een Estlandse noemen. Een Estse zou grammaticaal ook moeten kunnen, maar pas op voor je tong.

Van tongen gesproken, in Estland spreken ze volgens taalwetenschappers Estisch. Maar het zou ook Ests kunnen zijn. Laten wij het maar over Ests hebben – jammer van je tong –, want Estisch is wel heel geleerd.

Het Ests is een Fins-Oegrische taal. Tot die taalgroep behoren ook het Fins, Hongaars, Laplands, Lijflands, Mordwiens, Tsjeremissisch, Zyriaans, Wotjaks, Samojeeds, Wogoels en Ostjaks. Een mens zou blij moeten zijn dat Sergio ‘maar’ naar Estland moet.