Afgelopen en voorbij

Meneer Buysse is een kritische VRT-kijker, maar niet eentje van de gewone soort die zout op taalslakken legt. Nee, meneer Buysse is een stilist. “Correct is het taalgebruik in de journaals doorgaans wel,” schrijft hij me met het Taalcharter in de hand, “maar aantrekkelijk is het niet altijd.”

Volgens meneer Buysse zouden onze tv-journaals al heel wat prettiger klinken als we al eens een ander woord gebruikten in dat nieuwe blitse decor van ons. Waarom toch zeggen we altijd ‘vorig’? Er zijn toch alternatieven genoeg. Wat is er mis met een woord als ‘verleden’?

Mij was het nog niet opgevallen, maar meneer Buysse heeft gelijk. Ik heb het nageteld in het journaalarchief (wat een mens al niet doet in de kerstvakantie). Als een journalist ‘onmiddellijk voorafgaand’ bedoelt, zegt hij in 82,6 % van de gevallen ‘vorig’, ‘voorbij’ behaalt 6,8 %, ‘afgelopen’ 6,4 % en ‘verleden’ 4,3 %. Opvallend.

Maar is de rest van de Nederlandstalige wereld ook zo saai? Zeker wel. Op internet is ‘vorig’ ook de grote winnaar met 77,4 %. Maar de rest van de top vier ziet er anders uit: ‘afgelopen’ behaalt 19,6 %, ‘verleden’ 2 % en ‘voorbij’ 1 %.

Eigenlijk, meneer Buysse, is het taalgebruik in ons journaal nog behoorlijk afwisselend. In de grote wereld speelt alleen ‘afgelopen’ nog een rol van betekenis, ‘verleden’ en ‘voorbij’ komen nauwelijks voor. Hoe komt dat? ‘Verleden’ behoort misschien tot een wat formelere stijl en is misschien toch niet zo gewoon als meneer Buysse denkt.

Met ‘voorbij’ is iets helemaal anders aan de hand. Oorspronkelijk was ‘voorbij’ helemaal geen bijvoeglijk naamwoord, het is een bijwoord. “De winter is nog lang niet voorbij”, dat zeggen we al eeuwen. Maar ‘de voorbije winter’ is eigenlijk vrij nieuw. En kennelijk vinden onze journalisten het nog mooi ook.

Andersom lijken ze wel een hekel te hebben aan het woord ‘afgelopen’, terwijl de grote wereld het één op de vijf keer gebruikt. Als wij het nu ook eens wat vaker zeiden, dan was meneer Buysse een bijzonder gelukkig man.