Afko’s

“Iedereen heeft zo’n ding, maar schrijf je nu G.S.M., GSM, g.s.m. of gsm? En jongeren die er de hele tijd mee berichtjes naar elkaar sturen, krijgen die S.M.S.-, SMS-, s.m.s.- of sms-duimen?”

Op zich niet zo’n gekke vraag, want één ding is zeker: zelfs de Woordenlijst heeft er geen sluitende regels voor. Maar dankzij Bert Anciaux kan ik je toch een antwoord geven. De minister heeft namelijk advies gevraagd aan de Vlaamse taaladviseurs over het gebruik van afkortingen. Gsm’s en sms-duimen – of tenminste de spelling ervan – hebben na ampel overleg met m’n collega’s geen geheimen meer voor me. Maar laten we het dossier wat openbreken, om het op z’n politieks te zeggen.

Redactionele afkortingen zoals ‘m.a.w.’, ‘bijv.’ en ‘d.w.z.’ spel je doorgaans klein en met puntjes. Je leest ze nooit per letter, maar altijd voluit. Twijfel je aan de spelling, kijk dan in het woordenboek. Of nog beter: gebruik ze helemaal niet. Ze maken je tekst minder prettig om te lezen.

Kort je de naam voor alledaagse zaken en begrippen af, dan gebruik je doorgaans kleine letters en geen punten: ‘wc’, ‘pc’, ‘tv’, ‘lp’, ‘horeca’, ‘aids’. Zaktelefoons zijn intussen zo gewoon dat je ze gerust gsm’s mag noemen. En je stuurt er sms’jes mee.

Afgekorte namen van bedrijven, instellingen, organisaties, instanties, landen en staten krijgen doorgaans hoofdletters als je ze per letter uitspreekt. Laat de puntjes weg. NMBS, KUL, VRT, VS, RSZ en VLM spel je dus zo.

Bij afgekorte eigennamen die je als een woord uitspreekt, zijn er twee spellingen gangbaar: volledig met hoofdletters, of met een beginhoofdletter en verder kleine letters. GIMV, VLOR en VLIR worden meestal in hoofdletters gespeld, maar Sabena, Agalev, Bloso, Vlarem en Unicef niet. De tendens om alleen een beginhoofdletter en verder kleine letters te gebruiken is het sterkst bij afkortingen vanaf vier letters, afkortingen die afgeleid zijn van woorden die klein geschreven worden (Agalev voor ‘Anders gaan leven’) en afkortingen met meer dan één letter per woord (Costa voor ‘Conferentie voor de Staatshervorming’).

Met deze vuistregels kom je al een heel eind. Maar er zijn zo veel uitzonderingen dat ik jou, beste lezer, en de minister maar één goede raad kan geven: kijk in het woordenboek als je ook maar even twijfelt. En twijfel dikwijls genoeg.