Met z’n tweeën

‘Met twee’ is niet meer. Niet dat ik wil natrappen, maar die titel rammelde. Niks aan de hand als hij kort was voor ‘Met Radio 2’. Maar verwees hij naar de twee presentatoren, dan had hij ‘Met z’n tweeën’ moeten klinken.

De spraakkunst zegt het op z’n gebruikelijke ingewikkelde manier: als het telwoord zelfstandig gebruikt wordt na een voorzetsel, dan komt er ‘‑en’ bij. Voor de Bretonse kust is een schip ‘in tweeën’ gebroken. Op school leer je de regel ‘van drieën’. En als je van aanpakken weet, dan ben je ‘van zessen’ klaar. Die ‘-en’ mag nooit ontbreken.

Alleen voor rekensommen geldt die regel niet. Vijftien gedeeld ‘door vijf’ is drie. Vier vermenigvuldigd ‘met drie’ is twaalf.

Een geval apart zijn tijdsaanduidingen. Geef je een tijd bij benadering aan, dan gebruik je de telwoorden op ‘‑en’. ‘Voor zessen’ ben ik alleen op m’n gsm te bereiken. ‘Na achten’ moet je geen koffie meer drinken, of je doet geen oog meer dicht. Bij precieze tijdstippen hoort de vorm zonder ‘‑en’: tien voor ‘vijf’, kwart over ‘zeven’.

In combinatie met een persoonlijk voornaamwoord gebruik je ook de vorm met ‘‑en’. ‘Wij tweeën’ gaan die kant uit, ‘jullie tweeën’ de andere. Je zult zonder ‘ons drieën’ moeten gaan, maar ‘met z’n vijven’ heb je ook al een mooi groepje.

Zo zeg je dat: ‘met z’n vijven’. Het bezittelijk voornaamwoord en de ‘‑en’ horen erbij. Dit deugt dus niet: ‘met vijf’, ‘met vijven’, ‘met ons vijf’, ‘gevijven’. Alleen ‘met z’n vijven’ is goed.

En ‘we gaan met ons vijven’, kan dat ook? Ja, je mag kiezen tussen ‘hun’ of ‘ons’ en ‘z’n’. Alleen met ‘jullie’ lukt het niet zo best. Oudejaar hebben ze gevierd ‘met z’n zevenen’ of ‘met hun zevenen’. Laten we ‘met z’n allen’ of ‘ons allen’ klinken op het nieuwe jaar!