Weten waar je zit

Leuke vragen hoeven niet altijd van collega’s te komen. De luisteraars van ‘De zuidkant’ zitten ook wel eens met taalproblemen waarvan je denkt: “Hé ja, hoe zit dat eigenlijk?” Zo vroeg ene mevrouw Roppe zich af of ze ‘voor’ of ‘achter’ haar beeldscherm zit.

Eén goede raad vanaf het begin: je kunt maar beter heel bewust kiezen tussen ‘voor’ en ‘achter’. Al zijn het zulke kleine woordjes, ze kunnen veel verklappen over wat je bij je scherm zit te doen.

In de regel zeg je dat je ‘achter’ een toestel zit, als je ermee werkt of er actief mee bezig bent. Daarom zit een chauffeur ‘achter’ het stuur van zijn vrachtauto, een typiste ‘achter’ haar tikmachine en een technicus ‘achter’ de knoppen. Daarom zit Lute Vanduffel ‘achter’ de microfoon bij ‘De zuidkant’ en Jan Hautekiet ‘achter’ de piano in ‘De laatste show’. In al deze voorbeelden kun je ‘achter’ vervangen door ‘aan’. Handig als je het allemaal niet meer zo precies weet.

Zit je ‘voor’ een toestel, dan zit je er passief naar te kijken. ’s Avonds ga ik uitgebreid ‘voor’ de tv hangen – zitten kun je dat echt niet meer noemen. Al spenderen een heleboel Vlamingen veel meer tijd ‘voor’ hun scherm dan ik.

Dat ‘scherm’ is de oorzaak van alle twijfel als het om pc’s gaat. Je zegt dat je ‘voor’ je tv-scherm zit en dus ook dat je ‘voor’ je beeldscherm zit? Of zie je ‘beeldscherm’ als een ander woord voor ‘computer’ – een toestel – en zeg je daarom dat je ‘achter’ het beeldscherm zit?

Het kan allebei. Maar je sleept wel de nuance van ‘voor’ en ‘achter’ mee: ‘voor’ is passief, ‘achter’ is actief. Als je geen problemen met je baas wilt krijgen, kun je maar beter de hele dag ‘achter’ je scherm hebben zitten pezen. Dat klinkt heel wat beter dan dat je uren ‘voor’ je scherm hebt zitten staren.