Alle begin is moeilijk

Vorige week dinsdag is Turkije opgeschrikt (niet ‘opgeschrokken’, beste radioredactie) door een bijzonder zware aardbeving. Intussen zijn de burgers begonnen met puin ruimen. Of zijn ze begonnen met puin te ruimen? Of zijn ze begonnen puin te ruimen? Of zijn ze puin beginnen te ruimen? Dat vraagt de televisieredactie.

Voor één keer heb ik uitstekend nieuws voor onze journalisten: het kan allemaal. Na ‘beginnen met’ kun je ‘te’ gebruiken, maar het hoeft niet. Sommige taalgebruikers – onder meer ikzelf – voelen een kleine nuance tussen ‘beginnen met puin ruimen’ en ‘beginnen met puin te ruimen’. Zonder ‘te’ ruim je alleen puin en doe je daarna niets meer, met ‘te’ ruim je eerst puin en daarna doe je nog wat anders. Maar nogmaals, niet iedereen voelt het zo aan.

Als je ‘met’ weglaat en alleen ‘beginnen’ gebruikt, dan heb je zat mogelijkheden. Met de spraakkunstige theorie over het groepsvormende en niet-groepsvormende gebruik van ‘beginnen’ zal ik je niet lastigvallen, beste lezer. Ik zet gewoon even op een rijtje wat kan:

  • De pers meldt dat de burgers het puin al ‘beginnen te ruimen’.
  • De pers meldt dat de burgers het puin al ‘zijn beginnen te ruimen’.
  • De pers meldt dat de burgers al ‘beginnen’ het puin ‘te ruimen’.
  • De pers meldt dat de burgers al ‘begonnen zijn’ het puin ‘te ruimen’.

Had je nog meer mogelijkheden gewild? Dat kan. In Nederland vinden ze dit heel gewoon, in Vlaanderen hoor je het nauwelijks, maar het is beslist niet fout:

  • De pers meldt dat de burgers het puin al ‘zijn begonnen te ruimen’.

Kan er dan echt niets fout gaan? Toch wel, en dat gebeurt heel vaak. ‘Beginnen’ wordt in de standaardtaal altijd verbonden met een infinitief met ‘te’. Onze journalisten hadden het dus fout toen ze meldden dat het in Turkije nu ook ‘was beginnen regenen’. Het was er ‘beginnen te regenen’. Volgens mijn spraakkunstboek doet vooral het westen van België het fout. Oost- en West-Vlamingen, ik wil het niet meer horen, hè!