Paaspauze

Geniet u ook van de paaspauze? We zitten nu al een paar weken in een lockdown die geen lockdown mag heten en dan mag een woordenwatcher als ik al eens stilstaan bij de taal. Bij de honderden, misschien duizenden woorden die corona ons heeft opgeleverd, bijvoorbeeld, en de coronawoorden die intussen weer verdwenen zijn.

Schampere lieden hebben de afgelopen weken opgemerkt dat we met ‘paaspauze’ eindelijk een Nederlands woord voor ‘lockdown’ hebben. Weet u nog, bij het begin van de pandemie? Dagelijks kregen we bij de VRT opmerkingen van kijkers, luisteraars en lezers over dat woord, over ‘lockdown’. Moet dat nu per se in het Engels? Hebben wij daar nu echt geen Nederlands woord voor? Wat is er mis met ‘quarantaine’? Tja, dat is nu ook niet bepaald een echt Nederlands woord.

Mensen gingen dus enthousiast op zoek naar een alternatief, maar een jaar later is dat er nog altijd niet. Zo’n Engels woord heeft dan ook een voordeel: heel wat mensen hebben er geen gevoel bij, geen associaties. En dat is helemaal anders als je terechtkomt bij iets als afgrendelen, afsluiten, opsluiten, ophokken. Dan voel je je pas opgesloten in je eigen wereld. Diep van binnen zullen heel wat mensen dan denken: doe dan maar ‘lockdown’.

En tegelijk willen we er ook niet van weten. Probeer het maar eens: de spellingchecker van Word zet nog steeds een rode streep onder het woord ‘lockdown’, alsof hij wil zeggen: je bent er wel, woord, maar je mag toch niet bij de echte Nederlandse woorden horen.

Maar ik had het dus over paaspauze. Proef dat woord eens, laat het eens lekker rondwalsen in je mond: paas-pauze. Het klinkt toch helemaal anders dan ‘lockdown’, hè. Het is nu eenmaal de paastijd. Die duurt hooguit een paar weken, niet lang. En die korte tijd wordt nog eens versterkt door ‘pauze’. Het is maar voor even, mensen. En wie snakt er af en toe eens niet naar een pauze?

Het zou me niet verbazen als ‘paaspauze’ straks woord van het jaar wordt. Veel winnende woorden hebben namelijk een soort intern beginrijm: lettergrepen beginnen met dezelfde klank. Herinnert u ze zich nog? Koesterkoffer, samsonseks, kraamkost. En niet te vergeten: knuffelcontact.

Alleen, waar zijn de knuffelcontacten gebleven? Nauwelijks vier maanden geleden haalden we de wereldpers met ‘knuffelcontact’. Zelfs de Chinese televisie had het over dat warme woord om die ene speciale persoon mee aan te duiden die je een dikke knuffel mag geven. Maar hebt u ‘knuffelcontact’ de laatste dagen nog gehoord of gelezen? De kans is klein. Ik heb het even opgezocht. De afgelopen week stond het twee keer in De Standaard, zes keer in De Morgen, zestien keer in Het Laatste Nieuws. Het lijkt wel of het ‘knuffelcontact’ spoorloos verdwenen is.

En ‘knuffelcontact’ is geen alleenstaand geval. Spreekt er nog iemand over ‘ellebooghoesten’? Doen er nog veel mensen aan ‘skyperitieven’? Het nieuwe is ook al lang af van ‘het nieuwe normaal’. Het is allemaal gewoon weer ‘normaal’. Maar wacht maar tot alles weer mag. Dan krijgen we een nieuwe lading bevrijdingswoorden. Dat geef ik u op een blaadje. Tot dan!