Taalcolumns van Ruud Hendrickx

Dt-perikelen

Zou het iets met het begin van het schooljaar te maken kunnen hebben? De laatste weken hebben opvallend veel mensen dt-fouten gezien – ook in onze ondertitels, foei – of ze beginnen zelf aan van alles en nog wat te twijfelen.

Zo willen een paar mensen een oproep lanceren om Grietje te redden. Alleen komen de nobele redders er niet uit of ze nu ‘Red Grietje’ of ‘Redt Grietje’ moeten schrijven. Geen van beide is fout, als dat een opluchting mag zijn. Maar je kunt toch maar beter ‘Red Grietje’ spellen als je een beetje van deze tijd wilt zijn.

Het is heel eenvoudig. Hoor je een t in ‘Stem op mij’ of ‘Kies voor mij’ of ‘Kom hier’? Nee. Daarom – analogie heet dat – spellen we ook geen t in ‘Red Grietje’ en ‘Word lid’. Toch is de vorm met t niet echt fout. Alleen, wie zegt in deze tijd nog ‘Stemt op mij’ of ‘Komt hier’? Niemand. Over een paar maanden zingen we weer gezellig in de middernachtmis ‘Komt allen tezamen’, maar ik hoor het je nog niet gauw tegen een stelletje vrienden zeggen. ‘Redt Grietje’ en ‘Wordt lid’ zien er al even ouderwets uit.

Vind je dat ook, beste lezer? ‘Vind’ zonder t. Waarom? Omdat je ook geen t hoort in ‘Denk je dat ook, beste lezer?’ Ook dat is analogie. En dan zeggen ze dat spellen moeilijk is.